Metaalbouw

Bijgewerkt: 12/09/2017.

Samenvatting van het Nationaal Akkoord voor de Metalbouw

Het akkoord 2011-2012 is van toepassing op alle werkgevers, arbeiders en arbeidsters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw (PC 111.1 & 111.2), met uitzondering van de ondernemingen die bruggen en metalen gebinten monteren en onder voorbehoud van de opmerkingen die in het editoriaal worden vermeld. Aarzel niet om voor meer inlichtingen contact op te nemen met je vakbondsafgevaardigde of één van de MWB-ABVV kantoren.

Met de term “arbeider” worden zowel arbeiders als arbeidsters bedoeld.

KOOPKRACHT

Index

De bestaande indexregeling blijft geldig. Na een eerste indexering op 1 juli 2011 worden de effectieve lonen en de minimumlonen aangepast aan de gezondheidsindex op 1 juli 2012.

Besteding van de enveloppe op ondernemingsniveau

Op 1 april 2012 moeten de bedrijven een recurrent budget van 0,3% van de loonmassa besteden. Over deze besteding van deze enveloppe kan enkel op ondernemingsniveau worden onderhandeld.

De aanwending van de enveloppe wordt bepaald op ondernemingsniveau in het kader van een paritair overleg. Als wordt besloten om in de onderneming overleg te organiseren over de besteding van het recurrente budget van de enveloppe, dan dient dit overleg uiterlijk op 31 oktober 2011 uit te monden in een collectieve arbeidsovereenkomst.

Als er vóór 31 oktober 2011 geen overleg over de enveloppe is begonnen of als het overleg niet tot het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst heeft geleid, dan worden alle effectieve uurlonen van de arbeiders op 1 april 2012 met 0,3% verhoogd, met inbegrip van de ploegen- en productiepremies die niet in een percentage worden uitgedrukt.

Alternatieve besteding van de ecocheques

Het sectoraal systeem van de ecocheques wordt geregeld in artikel 5, deel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het nationaal akkoord 2009-2010 van 18 mei 2009. Maar het sectoraal akkoord 2011-2012 voorziet in de mogelijkheid om een gelijkaardig bedrag als het oorspronkelijk voorziene bedrag onder een andere vorm toe te kennen die op ondernemingsniveau moet worden bepaald.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijven met en zonder een vakbondsdelegatie.

De alternatieve besteding is gebaseerd op een bedrag van € 250 (inclusief alle kosten en lasten voor de werkgever, met uitzondering van de administratieve kosten).

Alle alternatieven voor de besteding van de ecocheques die hieronder worden gegeven mogen slechts ingaan vanaf 1 oktober 2011 voor de ecocheques die vanaf oktober 2012 worden toegekend (referentieperiode van 1 oktober 2011 tot 30 september 2012). De ecocheques die in oktober 2011 moeten worden toegekend (referentieperiode van 1 oktober 2010 tot 30 september 2011) blijven behouden.

  • Werkwijze voor ondernemingen met een vakbondsdelegatie

    De onderhandelingen moeten uiterlijk op 31 oktober 2011 tot het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst leiden.

    Als de gekozen alternatieve besteding de omzetting van het bedrag van € 250 in brutoloon is, dan komt het bedrag van € 250 overeen met een verhoging van € 0,0875 per uur in een 38-uren werkweek.
     

  • Werkwijze voor bedrijven zonder vakbondsdelegatie

    Voor de alternatieve besteding kan uitsluitend gekozen worden uit de volgende 3 mogelijkheden (keuzemenu):

    • invoering of verbetering van een bestaand systeem van collectieve hospitalisatieverzekering;
    • invoering of verbetering van een aanvullend pensioenplan op ondernemingsniveau;
    • een omzetting van het bedrag van € 250 in brutoloon, overeenstemmend met een verhoging van de effectieve uurlonen met € 0,0875 in een 38-uren werkweek.

    De toetreding tot dit keuzemenu gebeurt door de werkgever d.m.v. een toetredingsakte die uiterlijk tegen 31 oktober 2011 aangetekend wordt overgemaakt aan de voorzitter van het nationaal Paritair Comité.

Minimumloon

Op 1 april 2012 worden het nationale minimumloon per uur en de regionale minimumlonen per uur met 0,3% verhoogd.

Ook het basisuurloon dat dient voor de berekening van de vergoedingen voor de industriële leerlingen wordt met 0,3% verhoogd.

Jongerenlonen 

Vanaf 1 januari 2012 wordt de degressiviteit van de lonen voor arbeiders jonger dan 21 jaar afgeschaft. Voor arbeiders jonger dan 21 uur worden de lonen op dezelfde manier berekend als voor werknemers van meer dan 21 jaar.

Sectoraal pensioenfonds of gelijkwaardige alternatieve besteding

Vóór 30 september 2011 moet op provinciaal niveau een collectieve arbeidsovereenkomst worden gesloten waarbij ofwel de bijdrage aan het Fonds voor de Bestaanszekerheid bestemd voor het sectoraal pensioenfonds met 2 x 0,1% wordt verhoogd, ofwel in een evenwaardige alternatieve besteding wordt voorzien.

Voor het regionale paritaire gedeelte van Brabant zullen aparte collectieve arbeidsovereenkomsten worden gesloten voor Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Als men op provinciaal niveau kiest voor een evenwaardige alternatieve besteding, dan worden de modaliteiten van deze besteding bepaald in de hierboven vermelde collectieve arbeidsovereenkomst. Dit bedrag mag vanaf 2013 bijvoorbeeld besteed worden aan een bruto loonsverhoging. 

Bij gebrek aan een collectieve arbeidsovereenkomst op provinciaal niveau vóór 30 september 2011 worden de effectieve lonen vanaf 1 januari 2013 met 0,15% verhoogd in bedrijven die zich in deze provincies bevinden.

Vervoerkosten
Patronale vergoeding

De geldende bepalingen inzake de terugbetaling van de vervoerkosten blijven van toepassing tijdens de duur van het onderhavige akkoord. Aan het einde van deze brochure vindt u het bedrag van de patronale vergoeding dat van toepassing is vanaf 1 februari 2011. Dit bedrag wordt in principe elk jaar in februari geïndexeerd. U kunt het geactualiseerde bedrag aan uw afgevaardigde of aan de bestendige secretaris van uw regio. U vindt het bedrag ook op de website van de MWB: www.metallos.be, geactualiseerde tabellen.

Werken op de werf (“mobiliteitsvergoeding”)

Naast de bovenstaande regelingen voorziet het sectoraal akkoord 2011-2012 ook in een collectieve arbeidsovereenkomst die vóór 30 september 2011 op basis van de volgende principes moet worden gesloten: 

  • Het uit te werken stelsel is van toepassing op alle arbeiders die zich naar een werf verplaatsen, hetzij vanaf hun plaats van tewerkstelling, hetzij vanaf het ophaalpunt;
  • Het uit te werken stelsel kan de momenteel bestaande vergoedingen op bedrijfsniveau volledig of gedeeltelijk vervangen;
  • Het uit te werken stelsel mag noch een kostenstijging voor de werkgever, noch een daling van de netto-inkomsten van de arbeider tot gevolg hebben;
  • Het maximumtarief van de mobiliteitsvergoeding, vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen, bedraagt 0,1316 EUR / km.

ARBEIDSCONTRACT

Precaire arbeid

Om het kwalitatief karakter van de arbeid binnen de sector te bewaken, mogen enkel dagcontracten worden aangeboden als hiertoe expliciet de noodzaak bestaat. Het dient te gaan om werkzaamheden waarvan vóór de aanvang van het contract duidelijk is dat het gaat om een opdracht van minder dan 5 opeenvolgende werkdagen. Dagcontracten blijven nochtans altijd mogelijk bij het begin van een contract of in de eerste week van de opdracht en in situaties van onderbroken werkweken, bijvoorbeeld bij tijdelijke werkloosheid.

Opzegtermijnen

In het kader van het onderhavige sectoraal akkoord is voorzien in de goedkeuring van een koninklijk besluit houdende verlengingen van bepaalde opzegtermijnen. U vindt deze nieuwe termijnen hieronder tussen haakjes. Voor het ogenblik blijven de oude termijnen van kracht. Met de nieuwe termijnen mag slechts rekening worden gehouden vanaf de publicatie van het koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad en niet voor 1 januari 2012.

Algemene regeling

Werkgever

Arbeider

 

- 5 jaar anciënniteit

 

35 dagen (42 dagen)

 

14 dagen

 

5 - 10 jaar

 

42 dagen (49 dagen)

 

14 dagen

 

10 - 15 jaar

 

84 dagen

 

28 dagen

 

15 - 20 jaar

 

112 dagen

 

28 dagen

 

20 - 25 jaar

 

154 dagen

 

42 dagen

 

+ 25 jaar

 

196 dagen

 

42 dagen

 

In geval van brugpensioen

 

Werkgever

 

 

 

 

 

- 20 jaar anciënniteit

 

28 dagen (35 dagen)

 

+ 20 jaar anciënniteit

 

 

56 dagen (70 dagen)

 

Bij herstructurering

(mits een CAO)

 

Werkgever

 

Arbeider

 

- 10 jaar anciënniteit

 

28 dagen (35 dagen)

 

14 dagen

 

10 - 20 jaar

 

56 dagen (70 dagen)

 

21 dagen

 

+ 20 jaar

 

112 dagen (133 dagen)

 

28 dagen

WERKGELEGENHEID EN BEROEPSOPLEIDING

Beroepsopleiding

De jaarlijkse verbintenis om inspanningen te leveren met betrekking tot beroepsopleiding a rato van 1,4% van de uren gepresteerd door alle arbeiders, zoals voorzien in het nationale akkoord 2009-2010, wordt verhoogd met 0,1% in 2011 en met 0,1% in 2012. Deze opleiding kan onder diverse vormen georganiseerd worden, inclusief on-the-job training, maar dient wel tijdens de werkuren te gebeuren. Daarbij wordt aanbevolen dat de opleiding maximaal alle categorieën van arbeiders zou bereiken. 

Deze verbintenis zal elk jaar worden geëvalueerd en de mogelijkheden zullen op bedrijfsniveau onderzocht worden door de ondernemingsraad, of als deze niet bestaat, door de vakbondsafvaardiging.

In de loop van het tweede kwartaal van 2012 zal er op nationaal niveau in alle bedrijven een gecoördineerde peiling worden georganiseerd, ook in bedrijven zonder vakbondsafvaardiging, om de uitvoering van deze verbintenis te evalueren.

Opleidingsplannen

Een opleidingsplan heeft tot doel om enerzijds, een globaal overzicht te geven van de behoeften aan opleiding bij alle arbeiders in de onderneming en anderzijds, de manier weer te geven waarop de onderneming van plan is om in die behoeften te voorzien. Het opstellen van dergelijke plannen moet het mogelijk maken om de opleidingsbehoeften te onderzoeken van alle afdelingen en alle personeelscategorieën.

Vanaf 1 januari 2008 zijn alle ondernemingen die een ondernemingsraad (OR) of bij gebrek hieraan, een Comité voor Bescherming en Preventie op het Werk hebben opgericht, verplicht om een globaal opleidingsplan op te stellen en dit voor advies voor te leggen aan de OR. Is er geen OR, dan wordt het opleidingsplan voor advies voorgelegd aan de syndicale delegatie. 

Het opleidingsplan moet definitief opgesteld zijn binnen drie maanden na het afsluiten van het boekjaar. 

Jaarlijks wordt de uitvoering van het opleidingsplan gerapporteerd in de ondernemingsraad of aan de syndicale delegatie.

Curriculum Vitae van de Opleidingen

Vanaf 1 januari 2008 houdt elke onderneming voor elke arbeider een opleidings-cv bij. Dit opleidings-cv is een inventaris van de uitgeoefende functies en de gevolgde opleidingen tijdens de loopbaan van de arbeider in de betrokken onderneming. Deze inventaris wordt gevalideerd door de werkgever en de werknemer in een gemeenschappelijk document waarvan de werknemer bij zijn uitdiensttreding een uittreksel dient te krijgen. 

De typisch sectorale initiatieven zoals het industriële leerlingwezen, de maatregelen met betrekking tot de risicogroepen, enz… zullen vanzelfsprekend worden voortgezet.

Studie over het gebruik van de opleidingsplannen en het opleidings-cv.

Er zal een paritaire studie worden uitgevoerd over de obstakels voor het gebruik van opleidingsplannen en het opleidings-cv, zoals bepaald in artikel 17 en 18 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 mei 2007, verplicht gemaakt bij koninklijk besluit van 19 mei 2009 (Belgisch Staatsblad van 16 juli 2009).

LOOPBAAN

Sectorale model loopbaanplanning

Wij behandelen hier alleen de sectorale bepalingen die afwijken van het algemene stelsel van loopbaanonderbreking. Als u meer informatie wilt over de voorwaarden die vervuld moeten zijn om uw rechten inzake loopbaanonderbreking uit te voeren, dan kunt u zich richten tot uw afgevaardigde of de bestendig MWB-secretaris van uw regio. Raadpleeg ook de MWB-ABVV agenda 2012.

In deze sector blijven voor 2011-2012 een aantal uitbreidingen bestaan:

  • Het recht op een voltijds tijdskrediet kan gedurende maximaal 3 jaar tijdens de loopbaan uitgeoefend worden;
  • Arbeiders van 50 jaar of meer kunnen hun voltijds tijdskrediet slechts opnemen in niet-aaneengesloten periodes van maximaal 1 jaar;
  • Op ondernemingsniveau kan de bovengenoemde periode van 3 jaar verlengd worden tot maximaal 5 jaar en/of kan de drempel van 5% verhoogd worden;
  • Bij de overgang van halftijds tijdskrediet of van een vermindering van de arbeidsprestaties (4/5 of halftijds) naar een voltijds brugpensioen, wordt de aanvullende vergoeding berekend alsof de arbeider zijn prestaties niet had verminderd (dus op basis van zijn oorspronkelijke voltijdse situatie).
Afwijking van het sectorale model loopbaanplanning bij een nakend meervoudig ontslag

Bij een nakend meervoudig ontslag (zie definitie verder in de tekst), is het mogelijk om af te wijken van het sectorale model loopbaanplanning als volgt, mits er een CAO is (tot eind 2012):

  • door de drempel van 5% te verhogen;
  • door de duur van 3 jaar te verlengen tot maximaal 5 jaar.

Deze onderhandelingen worden niet gekoppeld aan de onderhandelingen van de bestaande akkoorden met betrekking tot brugpensioen. Een dergelijk akkoord moet aan het paritaire comité worden voorgelegd.

Brugpensioen

De volgende brugpensioenregelingen worden in de sector verlengd tot 30 juni 2013:

  • De nationale regeling voor brugpensioen op 58 jaar, mits een loopbaan van 37 jaar voor de mannen en van 33 jaar voor de vrouwen.  Vanaf 1 januari 2012 geldt voor mannen 38 jaar en voor vrouwen 35 jaar als loopbaanvoorwaarde; 
  • De bestaande provinciale regelingen brugpensioen op 57 jaar, mits een loopbaan van 38 jaar;
  • De bestaande ondernemingsregelingen brugpensioen op 56 of 57 jaar, mits een loopbaan van 38 jaar. 

De volgende brugpensioenregelingen worden in de sector verlengd tot 31 december 2012:

  • de brugpensioenregeling op 56 jaar, mits een loopbaan van 33 jaar waarvan 20 jaar ploegenarbeid met nachtprestaties;
  • halftijds brugpensioen op 55 jaar;
  • brugpensioen op 56 jaar, mits een loopbaan van 40 jaar.

Arbeiders die op 30 juni 2013 aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voldoen, kunnen het begin van hun brugpensioen uitstellen tot 30 juni 2014, binnen de wettelijke beperkingen en onder dezelfde voorwaarden.

BESTAANSZEKERHEID

U vindt hieronder een overzicht van de uitkeringen door het Fonds voor Bestaanszekerheid.

Het sectoraal akkoord 2011-2012 voorziet in een verhoging van de uitkeringen voor volledige en tijdelijke werkloosheid.

 

 

I. Tijdelijke werkloosheid

 

voorwaarden:

 

* de wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten

 

* in dienst zijn bij een werkgever van de sector

 

10 € per werkloosheidsuitkering

 

5 € per halve werkloosheidsuitkering 

 

 

onbeperkt in duur

 

 

V. Ziekte 

 

voorwaarden:

 

* in dienst zijn bij een werkgever van de sector

 

* de wettelijke ziektevergoedingen genieten

 

* 15 dagen anciënniteit in het bedrijf

 

 

 

Na een periode van gewaarborgd loon: 

 

80 €/ maand voltijds stelsel

 

40 €/ maand deeltijds stelsel

 

 

Gedurende maximaal 11 maanden

 

II. Volledige werkloosheid

 

voorwaarden

 

* de wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten

 

* ontslagen zijn door een werkgever van de sector 

 

5,80 € per werkloosheidsuitkering

 

2,90 € per halve werkloosheidsuitkering 

 

120 dagen: -35 jaar

 

210 dagen: 35-45jaar

 

300 dagen indien 45 jaar en ouder bij begin werkloosheid

 

 

VI. Vergoeding jeugdvakantie

 

voorwaarden:

 

* een RVA-uitkering “jeugdvakantie” ontvangen 

 

 

 

 

 

 

9,40 € per daguitkering

 

4,70 € per halve daguitkering 

 

 

 

III. Oudere werklozen zonder recht op een conventioneel brugpensioen

 

+ 57 jaar 

 

voorwaarden:

 

* de wettelijke werkloosheidsuitkeringen genieten

 

* ontslagen zijn door een werkgever van de sector 

 

 

 

 

 

 

IV. Brugpensioen

 

Vanaf 58 jaar

Vanaf 56 jaar, mits een loopbaan van 40 jaar (CAO)

 

Aanvulling ten laste van de werkgever en voortzetting van de uitbetaling in geval van werkhervatting

 

 

 

 

 

77 € /maand voltijds stelsel

 

38,42 €/maand deeltijds stelsel 

 

tot aan het wettelijk pensioen

 

Deze uitkering wordt eveneens uitbetaald vanaf 57 jaar aan

elke arbeid(st)er ontslagen in 2011 of 2012 en die minstens

50 jaar oud is op dat ogenblik.

 

 

 

 

 

 

77 €/maand voltijds stelsel

 

38,42 €/maand deeltijds stelsel 

 

VII. Oudere zieken

 

 

 

+ 57 jaar 

 

voorwaarden:

 

* in dienst zijn bij een werkgever van de sector

 

* de wettelijke ziektevergoedingen genieten

 

 

 

 

 

 

VIII. Vergoedingen seniorenvakantie

 

Voorwaarde: aanvullend seniorenvakantiegeld genieten ten laste van

de RVA

 

 

 

 

 

Na de periode van gewaarborgd loon:

 

80 €/maand voltijds stelsel 

 

40 €/maand deeltijds stelsel 

 

Tot aan het wettelijk pensioen.

 

Deze uitkering wordt eveneens uitbetaald vanaf 57 jaar aan

elke arbeid(st)er die ziek is of ziek wordt in 2011 of 2012 en

die minstens 50 jaar oud is op dat ogenblik. 

 

 

 

 

9,40 € per daguitkering

 

4,70 € per halve daguitkering 

 

 

Ten slotte wordt het maximumbedrag van de vakbondspremie vanaf 2011 verhoogd van 100 € tot 110 €. 

SOCIAAL OVERLEG

Vakbondsdelegatie

Het statuut van de vakbondsdelegatie in de bedrijven in de sector van de metaal-, machine- en elektrische bouw, met uitzondering van de ondernemingen die bruggen en metalen gebinten monteren, wordt geregeld door de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 februari 1973 met betrekking tot het statuut van de vakbondsdelegatie van het arbeiderspersoneel.

De werkgever hoeft geen initiatief te nemen om in zijn bedrijf een vakbondsdelegatie op te richten. Alleen de organisaties die de werknemers vertegenwoordigen hebben het recht om de werkgever uit te nodigen om een vakbondsdelegatie in het bedrijf op te richten. In de overeenkomst staat hierover geen enkele specifieke procedure. Het verzoek tot installatie dient in elk geval schriftelijk aan de werkgever te worden gericht.

Er zijn twee voorwaarden voor het oprichten van een vakbondsdelegatie in een bedrijf dat tot PC nr. 111.01-02 behoort:

  • een minimaal aantal tewerkgestelde personeelsleden;
  • een minimaal aantal aanvragen door de werknemers.

Om een vakbondsdelegatie op te richten in een bedrijf dat tot PC nr. 111.01-02 behoort, moet het bedrijf meer dan 40 arbeiders tewerkstellen (CAO, art. 9, a).

Als het bedrijf gewoonlijk gemiddeld tussen 20 en 40 arbeiders tewerkstelt, dan wordt een vakbondsdelegatie van de arbeiders opgericht op aanvraag van de meerderheid van de arbeiders (CAO, art. 9, a). Deze meerderheid moet onder andere op basis van de volgende principes worden vastgesteld (nationaal akkoord 2009-2010): 

  • de arbeiders moeten hun mening individueel in alle onafhankelijkheid en met naleving van een totale discretie kunnen geven;
  • de meerderheid van de arbeiders moet op een neutrale en objectieve manier door de Voorzitter van de gewestelijke paritaire sectie.
Werkzekerheid

Wanneer een werkgever van plan is om over te gaan tot een meervoudig ontslag (elk ontslag in de loop van 60 kalenderdagen dat ten minste 10 % van het gemiddelde aantal arbeiders treft, met een minimum van 3 arbeiders voor ondernemingen van minder dan 30 arbeiders), dan moet hij de volgende procedure naleven:

  • De ondernemingsraad vooraf op de hoogte brengen of, bij gebrek hieraan, de vakbondsdelegatie. In de ondernemingen zonder vakbondsdelegatie moet de werkgever de betrokken arbeiders vooraf en individueel schriftelijk inlichten, alsook de Voorzitter van het nationaal Paritair Comité.
  • De mogelijke maatregelen bespreken om de werkgelegenheid te vrijwaren binnen de 15 dagen die volgen op de aankondiging van het meervoudige ontslag. Deze maatregelen omvatten onder meer de opleidingstrajecten, tijdelijke werkloosheid, arbeidsherverdeling en tijdskrediet. Indien het overleg geen oplossing biedt, wordt het verzoeningsbureau bijeengeroepen binnen de 8 dagen volgend op de vaststelling van het gebrek aan een akkoord.

Als deze procedure niet wordt nageleefd, is de werkgever aan de betrokken arbeiders een dubbele opzegvergoeding verschuldigd.

Deze sanctie geldt niet in geval van een faillissement.

Vervoerskosten - Bijlagen

Tabel van de werkgeversbijdrage in het woon-werkverkeer bij verplaatsing met de TREIN:

 

Aantal km. Bijdrage van de werkgever
op wekelijkse basis
Bijdrage van de werkgever
op maandelijkse basis 
EUR EUR
1 5,5 18,3
2 6,1 20,5
3 6,7 22,3
4 7,3 24,4
5 7,9 26,0
6 8,4 28,0
7 8,9 30,0
8 9,4 31,0
9 9,9 33,0
10 10,4 35,0
11 11,0 37,0
12 11,5 38,5
13 12,1 40,0
14 12,6 42,0
15 13,1 43,5
16 13,6 45,0
17 14,1 47,5
18 14,6 49,0
19 15,3 51,0
20 15,8 53,0
21 16,3 54,0
22 16,8 56,0
23 17,4 58,0
24 17,9 59,0
25 18,4 62,0
26 19,1 63,0
27 19,5 65,0
28 19,9 67,0
29 20,6 68,0
30 21,0 70,0
31 - 33 21,8 73,0
34 - 36 23,3 78,0
37 - 39 24,4 82,0
40 - 42 26,0 87,0
43 - 45 27,5 91,0
46 - 48 29,0 96,0
49 - 51 30,0 101,0
52 - 54 31,5 104,0
55 - 57 32,0 107,0
58 - 60 33,5 111,0
61 - 65 34,5 115,0
66 - 70 36,0 120,0
71 - 75 38,0 126,0
76 - 80 40,0 132,0
81 - 85 41,5 137,0
86 - 90 43,0 143,0
91 - 95 44,5 148,0
96 - 100 46,0 153,0
101 - 105 48,0 160,0
106 - 110 49,5 165,0
111 - 115 51,0 171,0
116 - 120 53,0 177,0
121 - 125 54,0 181,0
126 - 130 56,0 187,0
131 - 135 58,0 192,0
136 - 140 59,0 198,0
141 - 145 61,0 203,0
146 - 150 63,0 211,0
151 - 155 64,0 214,0
156 - 160 66,0 220,0
161 - 165 67,0 225,0
166 - 170 69,0 231,0
171 - 175 71,0 236,0
176 - 180 73,0 242,0
181 - 185 74,0 246,0
186 - 190 76,0 253,0
191 - 195 78,0 258,0
196 -200 79,0 264,0

Tabel van de werkgeversbijdrage voor woon-werkverkeer bij verplaatsing met een privé-vervoermiddel (op 01/02/2011). Deze tabel wordt jaarlijks op 1 februari geïndexeerd, los van de tariefverhogingen van de NMBS. U kunt hierover contact opnemen met uw afgevaardigde of de bestendige secretaris van uw gewest. U vindt de geactualiseerde tabellen ook op de website van de MWB: www.metallos.be.

Index 01/01/10 110,93 Index 01/01/11 113,81
Aantal kilometers Bijdrage van de
werkgever per week in €
Aantal kilometers Bijdrage van de
werkgever per week in €
1 1,42 43 - 45 17,50
2 2,85 46 - 48 18,41
3 4,28 49 - 51 19,43
4 4,60 52 - 54 20,12
5 5,09 55 - 57 20,72
6 5,39 58 - 60 21,40
7 5,60 61 - 65 22,26
8 5,90 66 - 70 23,35
9 6,27 71 - 75 24,45
10 6,56 76 - 80 25,46
11 6,91 81 - 85 26,62
12 7,13 86 - 90 27,58
13 7,52 91 - 95 28,69
14 7,89 96 - 100 29,74
15 8,21 101 - 105 30,84
16 8,46 106 - 110 31,96
17 8,78 111 - 115 33,08
18 9,15 116 - 120 34,21
19 9,47 121 - 125 35,28
20 9,73 126 - 130 36,36
21 10,01 131 - 135 37,42
22 10,41 136 - 140 38,44
23 10,76 141 - 145 39,51
24 11,10 146 - 150 40,99
25 11,36 151 - 155 41,63
26 11,74 156 - 160 42,68
27 12,08 161 - 165 43,71
28 12,37 166 - 170 44,73
29 12,59 171 - 175 45,75
30 12,95 176 - 180 46,70
31 - 33 13,56 181 - 185 47,77
34 - 36 14,65 186 - 190 48,74
37 - 39 15,57 191 - 195 49,79
40 - 42 16,49 196 -200 50,83